Prepareren is naast techniek ook kunst.  Als je regelmatig opgezette dieren onder ogen krijgt, bijv. op marktplaats of in een natuurmuseum, of bij een verzamelaar zie je na een tijd grote verschillen in kwaliteit. Om van een lege huid weer een goed opgevuld dier te maken, die natuurlijk over komt valt nog niet mee, zoals we in deze voorbeelden zien. De ene preparateur is nu eenmaal beter dan de ander, zoals in elk beroep.

Kerkuil, nummer NLA5482767 | bron: ND 
klik op het plaatje om de PDF te openen

nd01

Tijdens mijn jarenlange zoektochten als verzamelaar kwam ik ze van tijd tot tijd tegen: oude opgezette otters, stille getuigen van de tijd dat ze nog bij duizenden in Nederland voorkwamen. Zo verwierf ik uiteindelijk een complete familie bij elkaar, die helaas jaren op een plank bleven liggen, omdat ik geen ruimte had in mijn museum, tot ik kort geleden besloot dat het eindelijk tijd werd voor een nieuw project: een otterdiorama.

Een tijd geleden was ik in staat om twee heel oude gieren te verwerven, een vale gier en een jonge lammergier (heet ook baardgier). Ze zagen er echt slecht uit, maar voor mij toch een aantrekkelijk restauratieproject, in de hoop dat er toch twee mooie aanwinsten voor het museum zouden ontstaan. Na de zomervakantie begon ik met mijn goede vriend Daniël, een kundig preparateur, aan de klus. Met dit resultaat:

In de week dat ik in Ginnum werkte (zie CSI Ginnum) heb ik uit de grote verzameling botten ook zelf twee chimeren gemaakt: toch een beetje preparateur naast God.